Naast de eeuwige discussie over Zwarte Piet (zal ik daar ook een stukje over schrijven?) was er afgelopen week nóg een belangrijk discussiepunt in ons kleine landje. Het was namelijk ook de week van het Amsterdam Dance Event (ADE) en dat zorgt traditiegetrouw voor een hoop gebekvecht tussen aanhangers van elektronische dansmuzak en mensen die minder gecharmeerd zijn van het genre.

Gijsbert Kramer schreef hierover voor de Volkskrant een zinnig artikel. Juist de dj’s die door DJ Mag tot de top van de wereld worden uitgeroepen – Afrojack in het bijzonder – zijn eigenlijk helemaal niet zo boeiend. Zij zorgen ervoor dat het genre amper de matige middenmoot ontstijgt, is zijn conclusie.

Hij brengt daarmee onder woorden waar ik al enkele jaren intern mee worstel. Vorig jaar ging ik – in de ijdele hoop mijn mening over dansmuziek definitief te vormen – met een groep vrienden naar Tomorrowland. Het summum van Electronic Dance Music (EDM), zou je toch zeggen. Een aantal vrienden was het jaar daarvoor ook al geweest en als je het woord ‘morgen’ in welke taal dan ook in je mond nam, werd direct de hysterische connectie gemaakt met Tomorrowland. Dat moet wel iets bijzonders zijn, dacht ik.

Dat bleek uiteindelijk wel mee te vallen. Natuurlijk, Tomorrowland is als een dagje Efteling aan de XTC. Als je ’s morgens je tent uit rolt en ongeduldig op je kleffe tosti ham/kaas en slappe koffie (kost gelukkig maar negen euro)  staat te wachten, vliegen de zeepbellen – geproduceerd door een plastic paddenstoel van drie meter – je om de oren. En als je staat te dansen bij het hoofdpodium zie je vrouwen verkleed als elfjes dertig meter boven je op een kunstmatige rots onder watervallen door dartelen. En dat is best apart om mee te maken.

Tussen de optredens door kondigt een zware mannenstem de volgende artiest aan. “People of Tomorrowland…”, dondert het door de vallei rond het hoofdpodium. “Yesterday is history, today is a gift, tomorrow… is mystery.” Een mysterie, zeg je? Nou, waarschijnlijk sta ik morgen opnieuw zes keer naar Animals van Martin Garrix te luisteren, Frits. Zo mysterieus is dat nummer inmiddels niet meer.

Dat was één van mijn voornaamste irritatiepunten. De absolute top van de dj-wereld staat op Tomorrowland. Hardwell, Afrojack, David Guetta, Steve Aoki, Armin van Buuren, de hele reutemeteut komt opdraven op hun liedjes te spelen. Maar met ‘hun liedjes’ bedoel ik niet alleen hun eigen materiaal, maar vooral ook dat van elkaar. En dan net even anders gemixt. Leuk, maar uiteindelijk is het in de basis hetzelfde en sta je dus soms wel vier of vijf keer op een dag op hetzelfde nummer te dansen. En dat duurt dan drie dagen.

Het verschil tussen de artiesten is minimaal, vooral ook omdat geen van hen iets live doet. Dat begrijp ik best wel. De lichtshow rond een optreden is zo uitgebreid dat dit met geen mogelijkheid live te doen is. Ook gaat er bij zo’n show voor enkele tonnen aan vuurwerk de lucht in en dat moet natuurlijk precies op het juiste moment gaan. En als je met honderdduizend man staat te dansen en je schrikt je collectief de pestpleuris omdat er ineens een paar kuub buskruit wordt afgestoken, dan maakt het je ook weinig meer uit dat de achtergrondmuziek vooraf gemixt is. Of dat de DJ gewoon voor Jan Joker aan de knopjes staat te draaien. Maar doe dan ook niet alsof. En wordt dan ook niet boos als iemand zegt dat het allemaal niet heel spannend is.

Want dat is precies wat Kramer doet in zijn stuk. “Hoe hoger de dj’s op de ranglijst staan, hoe makkelijker ze terugvallen op het erin pompen van hitjes, lijkt het. Een spanningsboog? Spelen met dynamiek? De luisteraar meevoeren naar het onbekende: vergeet het maar. Met jongens als Afrojack en Hardwell is dance weer terug bij af. Dj’s die wezenloze hitjes draaien voor een publiek dat wil horen wat het al kent”, stelt hij heel terecht.

Bas van Duren van 3voor12 komt tot een soortgelijke conclusie naar aanleiding van het feest rond de DJ Mag Top 100 in ArenA. “Een ballerina onder een grote wolk ballonnen komt zo nu en dan voorbij vliegen over het publiek. De muziek zelf is maar een bouwsteentje in het groter geheel van de totaalbeleving”, schrijft hij. Ook valt hem op dat Martin Garrix al snel vier van dezelfde platen ten gehore brengt die Deorro eerder op de avond ook al draaide. “Het maakt niet uit welke naam er op het scherm wordt getoond of op de dj-booth staat geplakt, EDM is de grootste eenheidsworst die de dance-scene ooit heeft gekend”, concludeert hij.

hardwell

En dat doet pijn. Het is makkelijk om de gebruikelijke schreeuwkritiek van het gepeupel op Facebook en Twitter weg te wuiven. “Haters gonna hate”, toch? Maar als iemand met een welgeformuleerde mening en onderbouwde kritiek jouw favoriete artiest met de grond gelijkmaakt, dan steekt dat.

Het resultaat is bijvoorbeeld een tenenkrommend stuk proza op Noisey, een dochtersite van het doorgaans zo sterke Vice. Auteur Abel van Gijlswijk is het grondig oneens met Kramer, maar komt vervolgens in zijn eigen kritiek niet verder dan “jij bent fucking oud dus je fucking begrijpt me niet. Fuck.” Dat zei ik op mijn dertiende ook als ik van mijn ouders op tijd thuis moest zijn.

De discussie rond EDM bereikt daardoor al snel net zo’n vastgeroest punt als eigenlijk alle discussies tegenwoordig. Beide partijen hebben echt wel steekhoudende argumenten, maar het verzandt al snel in drogredenen, hyperbolen en scheldkanonnades. Zonde.