Assassin’s Creed is na acht jaar toe aan haar achtste deel (spin-offs niet meegeteld). Unity (2014) heeft een kleine zure nasmaak achtergelaten, maar dat maakt Syndicate weer goed. Voor IGN Benelux recenseerde ik de game.
Al sinds 2009 (na het eerste deel in 2007 kwam deel 2 pas in 2009) is Assassin’s Creed één van de belangrijkste titels van het drukke najaar. Niet alleen voor uitgever en ontwikkelaar Ubisoft, maar ook veel gamers kijken elk jaar weer reikhalzend uit naar het nieuwste deel.
Toch heeft Assassin’s Creed: Unity vorig jaar een beetje een vervelend nasmaakje achtergelaten. Hoewel ik hem zelf heel vermakelijk vond en de game prees om de indrukwekkende weergave van de Franse revolutie en het eenduidige verhaal waren er veel technische problemen. Veel spelers vonden het spel daarom onspeelbaar. Dat is naar mijn mening schromelijk overdreven, maar feit is dat Ubisoft dit jaar iets goed te maken heeft. Dat lukt op een aantal vlakken heel goed, maar op andere vlakken neemt de serie opnieuw een paar stappen terug. Dit keer pakt dat niet altijd even goed uit.
Assassin’s Creed: Syndicate speelt zich af in het Victoriaanse Londen (zo rond 1868) en draait om Jacob en Evie Frye, een tweeling die zich aansluit bij de Assassins. Ze zijn het aanmodderen in de Engelse buitensteden zat en besluiten naar Londen te verhuizen om de Templars het leven zuur te maken. Daar ontmoeten ze uiteraard historische figuren als Charles Dickens, Charles Darwin en Alexander Graham Bell (die van de telefoon).
Hoewel dat tegenwoordig wel anders zit, bestond het Londen van toen uit veel brede straten waar je met je voertuig (paard en wagen) alle ruimte hebt om doorheen te scheuren. Dat vormt dan ook de belangrijkste nieuwe manier van vervoer in Syndicate. Overal staan door paarden getrokken wagens die je kan gebruiken om snel door de stad te bewegen. Het is zelfs mogelijk om iemand anders van z’n kar te trekken en zelf achter het ‘stuur’ te kruipen. Grand Theft Carriage!
Ook een mening? Drop hem hier!