In mijn review van Assassin’s Creed: Syndicate, geef ik de game een mooie 8.8. Daarmee behoort de game wat mij betreft tot de absolute top van dit jaar, maar toch ben ik een beetje klaar met die franchise. Voor IGN Benelux schreef ik hier een column over.
Ik heb al jaren een haat-liefde verhouding met Assassin’s Creed. Eigenlijk al sinds Revelations, dat in 2011 uitkwam. Elk jaar houd ik mij eigenlijk totaal niet bezig met de langzaam opbouwende hype en elk jaar denk ik: “Deze keer sla ik hem gewoon over hoor.” En toch heb ik ze tot nu toe allemaal gespeeld. Bij lang niet allemaal heb ik de eindstreep gehaald, maar ik heb alle delen sinds de eerste in huis gehaald en in ieder geval meerdere uren gespeeld. En ik heb me met alle delen – soms meer, soms minder – vermaakt. Ook dit jaar weer. Toch zeg ik ook dit keer: “Volgend jaar sla ik hem over.”
Hoe dat kan? Voor een deel is het het lot van de gamejournalist; je speelt nu eenmaal soms games die je helemaal niet wil spelen. Of die in ieder geval niet op je planning stonden. En dat is prima, want zoals ik al zei heb ik mij elke keer prima vermaakt met Assassin’s Creed. Sterker nog, zelfs het zwaar bekritiseerde Unity beloonde ik met een 8.8 (net als Syndicate dit jaar) en dat soort cijfers zijn toch voorbehouden aan games die ik echt de moeite van het spelen waard vindt.
Maar toch begrijp ik die zware kritiek volkomen. Niet alleen omdat Unity in de eerste week vol zat met bugs en het grafisch allemaal een tikje werd teruggeschroefd om het goed te laten lopen. Dat zou niet nodig moeten zijn. Maar zoals ik vorig jaar en dit jaar al zei in de recensies; het viel allemaal wel mee. Zo onspeelbaar als het internet deed geloven was de game echt niet. Als je echter meer dan zestig euro betaald voor een triple-A game, van één van de grootste en succesvolste uitgevers en ontwikkelaars ter wereld, dan moet dat product af zijn vóór release en niet een week daarna.
Lees het volledige artikel op IGN Benelux
Ook een mening? Drop hem hier!